Pianostemmerij Beckers · sinds 1971
Voor de stemmer een snaar aanraakt, slaat hij de stemvork aan. Die ene trilling is het ankerpunt waaraan alle 230 snaren van de vleugel zich straks moeten onderwerpen.
Een concertvleugel telt tegen de tweehonderdvijftig snaren, samen goed voor bijna twintig ton spanning op het gietijzeren frame. Elke toon in het middenregister bestaat uit drie snaren die precies gelijk moeten klinken. Staat er één haartje naast, dan hoor je geen akkoord maar een lichte, zeurende zweving — het geluid van een instrument dat net niet in zichzelf rust.
Daarom begint alles bij de kamertoon. De stemvork geeft de a¹ van 440 hertz, en pas als die toon helder in de ruimte staat, laat de stemmer haar door de vleugel trekken — interval voor interval, tot het hele klavier meeademt.
Het oor doet het werk dat geen meter kan overnemen. De stemmer luistert naar de snelheid van de zwevingen: te snel, en het interval is te wijd; vertraagt het klopje tot het bijna stilstaat, dan zit de toon goed. Kwint na kwint bouwt hij zo een gelijkzwevende stemming op — een eeuwenoud compromis waarin geen enkel akkoord perfect is, maar elk akkoord bespeelbaar.
Een goed gestemde vleugel voelt je nog voordat je hem hoort. De toetsen bieden weerstand op de juiste plek, de demperlijst valt gelijk, en als de laatste unisono zuiver staat, resoneert het hele frame mee op die eerste, eenvoudige toon van de vork.
Tik op de stemvork om haar opnieuw aan te slaan.