Elk instrument bouwen we met de hand, uit gekozen klankhout. Strijk met de scroll de vier snaren aan — elke snaar vertelt een stap uit het jaar dat in zo'n viool gaat zitten.
Vuren voor het bovenblad, gevlamd esdoorn voor de bodem. We tikken tegen elke plank en luisteren; alleen hout dat helder natrilt en jaren gedroogd is, verdient het om instrument te worden.
Na maanden werk wordt de viool ingespeeld en fijngestemd. Wat overblijft is geen product maar een klankkast met karakter — gebouwd om een leven lang mee te gaan en steeds mooier te gaan klinken.